In een flat in een oude stadswijk van Rotterdam beschuldigt mevrouw Visser haar allochtone buren van allerlei pesterijen. De allochtonen op hun beurt beschuldigen haar van hetzelfde vergrijp. Zo zouden beide partijen de flat vervuilen met poep en kauwgom en zou mevrouw Visser een auto van één van de allochtonen hebben bekrast. Een buurtbewoner vertelt dat Visser de aanstichter van alle problemen is.