Het christelijke gezin Sjerps heeft drie kinderen, waaronder twee tieners. Vooral bij de twee al flink puberende kinderen weet Frans Bromet wel wat kritiek op de ouders te ontlokken, de ouders geven ook aan te willen werken aan hun 'tekortkomingen' als opvoeders.
Henk van Dam is gescheiden. Zijn dochter woont op kamers en zijn zoon Ramses woont bij hem in. De conflicten tussen Henk en Ramses gaan vooral over huishoudelijk werk en het roken van joints. Veel leed is er ook geleden in de jaren sinds de scheiding: vader en zoon hebben veel conflicten gehad en Ramses heeft ook tussendoor bij zijn moeder gewoond.
De familie Van de Weerdhof bestaat uit vader Aart, moeder Ria, de elfjarige zoon Gertjan en pleegzoon Ton van negentien. Tons moeder is jong gestorven en hij kon niet goed opschieten met zijn stiefmoeder. Na enkele jaren 'ertussenuit' in een opvanghuis is hij op zijn veertiende bij Aart en Ria gaan wonen.
De oudste zoon van de familie Hamoen woont in een jeugdopvanghuis en komt geregeld een weekend naar huis. De ouders vertellen veel over hun eigen, liefdeloze en zwaar christelijke opvoeding. Hierdoor zijn ze ook niet goed in staat goed om te gaan met de agressie van Wilco. Vader vertelt in tranen over het moment waarop bij hem de stoppen doorsloegen.
De familie Steegh bestaat uit vader Peter, moeder Karen en drie kinderen. De oudste, de veertienjarige Bram, is hyperactief en heeft ADHD of MBD. Zijn gedragsproblemen zorgen voor een grote druk op het gezin, hij is agressief, hangt rond op straat en experimenteert met drugs. Ondanks alles houden zijn ouders hem toch het liefst thuis.
De Antilliaanse familie Lindeborg-Joseph bestaat uit moeder Yvonne, vader Irvin en drie kinderen. Irvin woont in Curaçao en is tijdelijk in Nederland om de geboorte van zijn vierde kind bij te wonen en te helpen bij zijn oudste dochter die op kamers gaat wonen. De grootste reden dat het gezin gescheiden leeft: Irvin kan niet tegen de kou.